Niji-iro Tohgarashi

Mangaka: Mitsuru Adachi
Uitgever: Glénat
Volumes Frans: 11
Volumes Japans: 11
Score:

8 of 10 stars

Bespreking door Koen Smet

Niji-iro Tohgarashi is een manga van Mitsuru Adachi. Misschien een weinig bekende naam voor ons westerlingen, maar Adachi is een echt fenomeen in Japan. Hij behoort immers tot het erg selecte clubje van mangaka’s die meer dan 100 miljoen verkochte exemplaren hebben. Het moet gezegd, hij is dan ook al een tijdje bezig en heeft enkele succesvolle en zodus langdurige series op zijn actief, waarvan Touch en H2 waarschijnlijk de belangrijkste zijn. Adachi is vooral bekend om zijn sportmanga’s – in de twee aangehaalde titels draait het allemaal rond baseball – maar met Niji-iro Tohgarashi probeert hij eens iets anders. Het is de manga die er het meest uitspringt als je het oeuvre van Adachi gaat bekijken. Een beetje raar dat we dan net met die reeks moeten kennismaken met de Adachi manga’s (Short Program wat een bundel kortverhalen is van Adachi en verschenen bij Tonkam kijk ik dan even over het hoofd).

Niji-iro Tohgarashi speelt zich volgens het voorwoord af in de verre toekomst, op een blauwe planeet die wel erg veel weg heeft van de aarde, en in een tijdperk dat je nog het meest kan vergelijken met het oude Japan. Kortom, deze Adachi manga speelt zich dus af in het oude Japan, maar de mangaka is niet vies van een grapje. Het voorwoord maakt het hem ook makkelijk om af en toe eens een folietje in zijn manga te verwerken.

Het verhaal begint met een sterfgeval. De moeder van Shichimi sterft en heeft nog een laatste wens. Ze vertelt haar zoon dat hij vijf halfbroers en een halfzuster heeft. Hij moet ze gaan opzoeken want ze wonen allemaal samen en ze wilt dat hij er ook gaat wonen. Shichimi vertrekt dus en maakt kennis met zijn halfbroers en halfzus. Goma, Asajirô, Keshi de monnik, Chinpi de uitvinder, Sanshô de peuter en uiteindelijk de wel erg opvliegende halfzus Natane. Ze spelen allemaal hun eigen rol en hebben stuk voor stuk een eigen persoonlijkheid.

Wat ze niet weten is dat ze allemaal kinderen zijn van de shogun. De shogun heeft veel gereisd in zijn leven en maakte overal kinderen bij verschillende vrouwen en deze zeven kinderen bracht hij buiten hun medeweten om samen in dat ene huis aan het Ryûjinkanaal in Edo, het huidige Tokyo. Via een tussenpersoon zorgt hij ervoor dat zijn kinderen dit huis kunnen huren.

Dat is zo een beetje de basis van het verhaal. De kinderen vragen zich af waar hun halfbroer Asajirô uithangt. Deze sterke zwaardvechter heeft immers al lange tijd niets meer van zich laten horen. Ze komen in contact met prinses Koto die verliefd is op Shichimi, ze kruisen de degens met een gevaarlijke vijand die blijkbaar meer over hun verleden afweet, enzovoort enzoverder. Genoeg stof om deze serie van elf volumes spannend te houden.

Een andere vraag die de lezer bezighoudt is de vraag wie nu geen kind is van de shogun. Eén van de zeven is immers geen echt kind van hem, en het blijft nog maar de vraag wie.

Niji-iro Tohgarashi is een vermakelijke reeks. Kenmerkend is de typische humor die Adachi in zijn werk steekt. Een beetje droog en parodiërend bij momenten, doch altijd op de lachspieren werkend. De tekenstijl is erg simpel en zal sommige lezers niet kunnen bekoren, maar het is een stijl die zo kenmerkend is geworden aan de Adachi manga dat je je er snel door zal laten meeslepen. Een aanrader voor iedereen die eens met Adachi wilt kennismaken.