Interview Moonkey

25 februari 2007 door Koen Smet

Een nieuwe tendens in het mangawereldje zijn de “strips in mangastijl”getekend door Europese tekenaars. Ondanks dat manga nog in de kinderschoenen staat in Vlaanderen, kunnen we toch reeds een professionele “manga-auteur” tot onze landgenoten rekenen. DYS, de eerste manga van de Brusselaar Moonkey wordt nu reeds een tijdje uitgegeven bij het Franse Pika. De reeks werd reeds bejubeld op onze website en we zijn erg trots om onze lezers een exclusief interview aan te bieden van de eerste Belgische mangaka.

DYS speelt zich af in Brussel. Waarom heb je onze hoofdstad gekozen als achtergrond waartegen DYS zich afspeelt? Had je Franse uitgeverij niet liever een Franse stad?
Ik wou de stad waarin DYS zich ging afspelen op dezelfde manier benaderen als de Japanners dit in hun verhalen doen. Als een manga zich afspeelt in Tokio dan kan een bewoner van Tokio zijn stad met de verschillende wijken herkennen tijdens het lezen. Ik wou de Belgische lezer in dezelfde situatie plaatsen. Je kan de wijken herkennen, de gebouwen, enz. natuurlijk vervallen we niet in een slaafse overname van Brussel. Er is een zekere vorm van bewegingsvrijheid, en ik verplaats of creëer gebouwen naar gelang de behoeften van het scenario. De wasserette bijvoorbeeld. De straat en het kruispunt bestaan echt en op dezelfde plaats als in de manga, maar de wasserette zelf heb ik hernomen van een andere gemeente en heb ik lichtelijk aangepast zodat ze voldoet aan mijn eisen.

In Japan is de rol van de uitgeverij erg belangrijk. Wat is de rol van Pierre Valls in de ontwikkeling van je verhaal?
Het is Pierre Valls die me heeft uitgenodigd om naar Parijs af te reizen om te praten over een samenwerking nadat hij m’n eerder werk had gezien. Hij staat aan de basis van het concept “een manga maken die de Japanner niet kan maken”. Ik begreep onmiddellijk wat hij wou en het is op de terugweg dat ik DYS heb bedacht. Nadien hebben we voor een jaar samengewerkt, stap voor stap, zodat we zeker waren dat we een manga zouden creëren met een sterk verhaal en een passende tekenstijl, die ook nog eens in de lengte zou kunnen meegaan. Gezien de omvang van een dergelijk project wou hij ook zeker zijn dat de auteur er niet de brui aan zou geven na 20 pagina’s.
We hebben ook een werkkader moeten creëren, een standaardcontract aangepast aan een mangapublicatie, want vermits ik de eerste was, bestond er niets dergelijks.

De werkdruk is enorm in Japan. Geldt dit ook bij Pika? Krijg je alle tijd om DYS tot in de kleinste details af te werken of is het vaak nachtwerk om alweer een nieuwe deadline te halen?
De druk is bij ons even groot, vermits we op een reeds bestaande markt worden gegooid. Buiten het feit dat de Japanse mangaka een grotere druk heeft door het culturele aspect van hun maatschappij waardoor hij z’n deadlines moet halen aangezien hij anders z’n eer verliest, denk ik dat het op sommige gebieden zelfs moeilijker is voor ons omdat wij niet beschikken over de juiste omkadering. In Japan beseft de uitgeverij goed dat hij de auteurs die bijna dagelijks een mirakel moeten bewerkstelligen, goed onder druk moet zetten. De mangaka kan je vergelijken met een koerspaard, snel maar fragiel, elk probleem of elke tegenslag heeft z’n invloed op het geleverde werk. Het is logisch dat als de mangaka zich moet verplaatsen voor administratieve rompslomp, dat dit weer enkele uren zijn die hij niet kan werken aan z’n manga. Dat is de reden waarom de uitgeverij al het mogelijke doet om de mangaka te ontlasten van alles wat ten koste gaat van het werk van de auteur. Het gebeurt zelfs dat het de uitgever is die foto’s gaat nemen als prospectie voor nieuwe verhalen. De uitgeverij heeft ook een belangrijke rol in de psychologische steun voor de mangaka. Hij is zowat de link met de buitenwereld, hij vormt een concrete overgang met de werkelijkheid. Als je zoveel uur per dag over je tekentafel zit gebogen, geconcentreerd op een fantasiewereld, dan gebeurt het wel eens dat je ’s morgens opstaat en niet meer goed weet waar je bent. Het gevoel dat je een beetje buiten het gewone leven staat en alles gewoon blijft doorgaan is soms moeilijk te verteren.
In Europa staat alles nog in de kinderschoenen, maar het lijkt me duidelijk dat de Europese manga-uitgeverijen op termijn zullen moeten inzien dat hun auteurs een psychologische omkadering nodig hebben. Het is een onderwerp dat ons dagelijks bezighoudt en dat altijd weer terugkomt in de gesprekken tussen auteurs van Europese manga.
Voor het ogenblik steunen we elkaar om het vol te houden, ongeachte de uitgeverij waarvoor we werken.

In het begin sprak je van 15 volumes voor DYS. Is dit nog steeds het doel? In welke mate liggen de grote lijnen van het verhaal reeds vast?
Het basisidee is eerder dat als ik alle scenaristische registers en poortjes opentrek dat ik dan gemakkelijk 15 volumes kan afwerken, maar dat ik er zeker niet meer wil doen. Het was mijn manier om de lezer gerust te stellen omtrent het maximum aantal volumes. Dat hij zeker was dat hij zich niet op een té lange reeks zou storten.
De ruggengraat van het verhaal is er en er zijn veel scenaristische wegen die ik al dan niet kan betreden. Max heeft bijvoorbeeld een broer die ter sprake komt in het begin van het eerste volume et waarvan je de schaduw ziet in het de scène op de luchthaven. Het personage en zijn verhaallijn zijn bepaald. Rest nog de vraag of hij ooit zal terechtkomen bij Max…

Het algemene verhaal is onderverdeeld in 3 grote arcs, een beetje zoals je Dragon Ball kan onderverdelen in de ‘Freezer arc’, de ‘Cell arc’, de ‘Buu arc’, enz. Het geeft me de mogelijkheid een overzicht van de serie te hebben en de uitgeverij gerust te stellen over de toekomst van de reeks. Het gaat hier natuurlijk wel over de waaier aan mogelijkheden die ik mezelf gegeven heb. Voor hetzelfde geld maak ik enkel de eerste arc af. Elke arc heeft immers een op zichzelf staand einde dat het verhaal als mooi geheel afrondt. Ik heb het verhaal echt gecreëerd zodat het gemakkelijk kan gestopt of verdergezet worden, zodat het einde de lezer en mezelf tevreden stelt, of het nu snel gedaan is of slechts binnen enkele volumes.

DYS wordt dus mogelijks een lange serie. Ik veronderstel dat je je dan hecht aan de personages. Zit er veel van je eigen karakter in het personage Max?
DYS zal uiteindelijk niet zo’n lange serie worden. Samen met de uitgeverij hebben we recentelijk beslist over het aantal volumes van de reeks, maar het is nog te vroeg om dit nu reeds uit te doeken te doen!
Het is het scenario dat het karakter heeft bepaald, die de ervaringen en de rol van de personages heeft vastgelegd. Maar het is natuurlijk wel zo dat er veel van mezelf in Max zit. Hij haat onrecht in welke vorm ook, hij verdraagt niet dat gebeurtenissen en de maatschappij hem verplichten om compromissen te sluiten betreffende de waarden waarin hij gelooft. We zijn beide utopisten, maar ervan bewust dat we dit zijn, en zelfs beseffende dat dit nooit werkelijkheid zal worden en dat er mensen bestaan die door en door slecht zijn, willen we erin blijven geloven.

Heb je al plannen voor het tijdperk na DYS?
Eigenlijk kan je zeggen dat vermits er reeds verscheidene scenario’s – zowel one-shots als series – sinds jaren in m’n hoofd rijpen, dat ik al aan het tijdperk na DYS dacht voor eraan begonnen te zijn.
Maar ik denk er ook concreet aan. Ik denk dat je binnen een milieu dat in de kinderschoenen staat en dat zo snel evolueert, je reactief moet zijn.
Er zijn verschillende projecten waaraan ik denk, maar vermits de discussie nog in haar beginschoenen staat, is het echt nog te vroeg om hier meer over te zeggen, zeker omdat er zoals steeds een grotere kans is dat er niets gebeurt dan dat er wel iets van wordt verwezenlijkt. Maar ik blijf alleszins niet bij de pakken zitten!
Het eerste grote project dat gerealiseerd gaat worden en dat ik kan aankondigen (of toch bijna, want ik blijf liever voorzichtig zolang het niet officieel op papier staat en alles getekend is) is de creatie van “Moonkey pro”, de eerste mangastudio in Europa. Helemaal naar het voorbeeld van een Japanse studio.

Er verschijnen meer en meer ‘Europese’ manga’s (moonka’s zoals ze wel eens worden genoemd op Franse internetfora). Hoe zie je de evolutie van deze strips? Hoe kunnen ze zich onderscheiden van hun Japanse tegenhanger?
(lacht) De term “Moonka” is begonnen als een grap maar hij krijgt meer en meer weerklank in het milieu. Het is inderdaad zo dat de term goed klinkt en dat het geen verwijzing is naar Frankrijk, zoals bijvoorbeeld de termen “manfra” of “franga”. Als je dan toch een neologisme creëert, kies je best onmiddellijk een leuk woord dat lekker wegrolt en in het oor blijft hangen.
Onmogelijk om in te schatten hoe de toekomst van de Moonka of de Europese manga eruit zal zien.
Op het ogenblik is het een ruim laboratorium, alles moet nog bepaald worden, en als we geen toereikend economisch model voor allen vindt… Het is zelfs niet mogelijk om te voorspellen of er al dan niet toekomst is. We zijn er ons van bewust dat het morgen allemaal over kan zijn.

De laatste maanden is er een boom aan manga’s die naar het Nederlands worden vertaald. Zijn er plannen om ook DYS naar het Nederlands over te zetten?
Naar mijn weten zijn er op het ogenblik geen plannen in die richting. Maar ik ben geboren in Vlaanderen, mijn moeder is Vlaamse, dus ik zou het wel zien zitten.

Kan je enkele tips geven voor beginnende tekenaars die ons lezen? Wat vind je van onze mascotte getekend door Aimée de Jongh?
Talent en goede ideeën zijn niets zonder hard werken en toewijding.
De mascottes zijn heel leuk en frissen het geheel van het magazine op.

Interview afgenomen najaar 2006.

 

Close Menu